In 1915 nam Pieter Donkersloot (07-12-1886) met zijn vrouw Wijntje de Feber de veerdienst over het Noordzeekanaal van IJmuiden naar Velsen over van Piet Zwart (Swart?). De veerdienst was gelegen ongeveer één kilometer ten oosten van de eerste sluis (de huidige kleine sluis). In 1920 na verbreding van het Noordzeekanaal verhuisde de veerdienst naar de Julianakade (zuidzijde) en de aan de noorderlijke oever gelegen Noordersluis. De veerdienst speelde een belangrijke rol in het vervoer van arbeiders van en naar de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken en de
papierfabriek van Van Gelder & Zn.

De met dieselmotor uitgeruste veerpontjes TEMPO (70 passagiers), TRIO (100 passagiers) en JUMBO (250 passagiers) waren uitgerust met een beting, zodat ook in voorkomende gevallen sleepwerk kon worden verricht. Deze extra bron van inkomsten en het in dienst treden van zijn zonen Arie, Pieter en Wijnand Donkersloot was de aanleiding om de veerdienst uit te breiden met een sleepdienst.

In 1939 kwam dan ook de eerste echte sleepboot JOMA vernoemd naar Pieter Donkersloots moeder JOhanna Versteeg en zijn stiefmoeder MAria Swart in dienst.

Gevolgd in 1940 door de HOLLAND welke hij overnam van G. van Heeten uit Leiden en die op diens werf was omgebouwd van stoomsleepboot naar motorsleepboot.
Na de Tweede Wereldoorlog volgde in 1947 de WIJDO vernoemd naar Pieters vrouw WIJntje DOnkersloot. In 1953 volgde wederom een nieuwe sleepboot de ARDO vernoemd naar zoon ARie DOnkersloot.

Voor het veerbedrijf en de sleepdienst was in de jaren vijftig naast de drie zonen ook nog vijf man personeel in dienst. De sleepboten werden voor alle voorkomende werkzaamheden voornamelijk in het IJmondgebied ingezet. Na beëindiging van de veerdienst in 1963 was de sleepdienst nog de enige bron van inkomsten voor het bedrijf. Maar door afname van sleepwerk voor hun kleine sleepbootjes werden de bedrijfsactiviteiten in 1982 gestaakt.

Van 1915 tot 1963 voer het pontje van Donkersloot ettelijke malen per dag, eerst vanaf het ‘klaphekkie’ in IJmuiden Oost en later bij de spoorbrug heen en weer.
In 1943 zwegen de motoren even voor kortere tijd toen Donkersloot weigerde de papieren van de passagiers te controleren. De directie van de Hoogovens wist te bereiken dat het veer weer op de minder strategische plaats bij het klaphekkie mocht overvaren. Het pontje was opnieuw uit de vaart van eind 1944 tot augustus 1945. Het verkeer maakte toen, tot de NS weer ging rijden, gebruik van de spoorbrug. Daarna voer het bootje weer van 5 uur ‘s morgens tot 11 uur ‘s avonds.

Het Klaphekkie stond aan het einde van de Zeeweg. De Zeeweg eindigt nu bij Plein 1945. Maar tot 1950 liep ze door richting Noordzeekanaal. Aan het einde van de Zeeweg was een onbewaakte spoorwegovergang. Om te voorkomen dat mensen argeloos de spoorbaan op zouden wandelen, en zo de dienstregeling in de war zouden schoppen, was er een eenvoudig bord met de tekst ‘Let op de treinen’ neergezet. Om er zeker van te zijn dat ze dat dat ook inderdaad zouden doen, stond naast dat bord een klaphek. Of, zoals dat in het IJmuidens heet, een ‘klaphekkie’. Feitelijk waren het ‘klaphekkies’, want ze stonden aan beide kanten van de overweg. Maar in de volksmond bleef het er één, die in de loop der jaren uitgroeide tot een plaatsbepaling: het ‘Klaphekkie’. Met een hoofdletter dus. Zelfs in krantenadvertenties dook de naam op. ‘Nabij het Klaphekkie’. Dan wist iedereen in IJmuiden waar hij moest zijn.

Mensen vertellen over het pontje:

Ik herinner mij het bootje van Donkersloot nog heel goed. Voor 7 cent werd je overgezet, Wij gingen op maandag avond van Velsen-Noord naar IJmuiden om te gaan zwemmen in het zwembad. Het pontje is voor mij onlosmakelijk verbonden aan het klaphekje bij het spoor. Margriet Sluis.

Vanaf 1953 liepen wij altijd met een clubje van Kennemerstaten van Velsen Noord naar Velsen Zuid via de noodwoningen en het bos om in het Velserbad zwemles te krijgen. Uiteraard moesten wij gebruik maken van het bootje van Donkersloot en meestal met de Trio. Ook zijn we een keer bijna overvaren door een heel groot zeeschip vanwege de dichte mist. Jan Schriemer.

Pontje van Donkersloot en het klaphekje, ja die goede herinnering voor mij, als ik met mijn ouders naar Velsen-Noord ging familiebezoek. Vond die steile helling naar het Pontje, in mijn geheugen, heel erg eng. Heb er ook veel van gedroomd als klein meisje dat mijn moeder met grote grijze diepe kinderwagen met mijn zusje erin dan in het water ging. Maar kan me het nog heel goed herinneren. Ali Paap-Schoorl.

Henk Berkhof vertelt over het pontje van Donkersloot: Mijn vader was kruidenier en had een ventwijk vanuit Santpoort-noord. Ging mijn vader eerst naar IJmuiden met een trapbakfiets daarna normaal over de sluis naar Velsen-noord, maar bij slecht weer had mijn vader een afspraak gemaakt met Donkersloot voor 10 cent extra mocht hij met één van hun schepen naar de overkant en werd door medepassagiers de steile helling afgeholpen om bij het pontje te komen. Dat scheelde heel veel kilometers om eerst naar oud Velsen zuid en daar vandaan naar Velsen-noord te gaan. Ook was het leuk als één van de schippers mijn vader zag aankomen, dan bleven ze langer liggen zodat er mensen genoeg waren om te helpen.

Ik als oud Velsennoorder (ik woon nu 41 jaar in Delfzijl) woonde in de Rooie Buurt in de Doodweg. Als we eens naar mijn zuster gingen die in IJmuiden woonde, liep ik met mijn ouders over het fabrieksterrein van Van Gelder richting de Velserspoorbrug waar het pontje van Donkersloot lag. Voor een kleine betaling werden we naar de overkant gebracht en liepen dan langs het kanaal richting het Klaphekje om zo naar mijn zuster te gaan die toen in de Reggestraat woonde. Piet de Greef.

De familie Donkersloot woonde tegenover mij. Zelf ging ik regelmatig met het bootje over. De weg naar school en later het werk was hierdoor kilometers korter dan over de pont in Velsen. Het was weleens lachen als iemand op het laatste moment nog met fiets en al op de pont wilde springen als deze al los van de wal lag.
Als school jochies stonden we met 10 man aan een kant van de trio en liepen dan naar de andere kant en terug. De boot begon dan hevig te deinen wat voor de schipper niet prettig was. De schipper had ook hier weer een antwoord op. Terug naar de wal waar je was opgestapt. De jongens die met de bus uit Haarlem kwamen en hierdoor terug moesten lopen door Velsen Noord om met de gemeente pont weer terug te gaan naar IJmuiden (10 km) vonden dit niet prettig. Dus dat deed je maar één keer en niet weer. Jack Visser.

Van 1954 tot 1960 voer ik vier keer per dag heen en weer met het pontje van Donkersloot. Ik werkte toen op de Hoogovens om kantoren schoon te maken, In de ochtend- en in de avonduren met drie andere meiden. Door wind en weer, storm en regen, het maakte niet uit, het pontje voer altijd. Na 1960 stopte het pontje. Toen moesten we vier keer per dag over de sluizen fietsen dat was minder leuk. Ik heb dat niet zo lang gedaan, ik ging toen trouwen en was toen uitgewerkt. Zo ging dat in die tijd. Bep van Acker.

In het museum is nog meer te zien over de geschiedenis van de ponten over het Noordzeekanaal.

Bronnen: genealogieonline.nl, triopontje.mygb.nl, bibliotheek Zee- en Havenmuseum, youtube Ruud Oldenburg, beeldbank Museum Kennemerland