ms Baloeran

Na de capitulatie van Nederland op 14 mei 1940 vielen vijfenzestig zeeschepen, waaronder zeven
passagiersschepen, in handen van de Duitse bezetters. Hierbij zijn de kustvaartuigen en sleepboten
niet meegerekend. Ook vijf tankers van de Koninklijke Shell vielen in handen van de bezetters.

De Baloeran van de Rotterdamse Lloyd was een van de gevorderde passagiersschepen en werd als eerste van twee identieke passagiersschepen in 1930 gebouwd bij de Maatschappij Fijenoord in Rotterdam.
Het zusterschip de ms Dempo volgde een jaar later bij De Schelde in Vlissingen. Het waren schepen die afweken van het toen gebruikelijke scheepstype. Ze bezaten door hun fraaie lijnen een geheel eigen
cachet. Met hun 17.000 ton waren het de grootste passagiersschepen die de Rotterdamse rederij,
in de periode tussen de beide wereldoorlogen, exploiteerden in de maildienst op het toenmalige
Nederlands-Indië. Beide schepen konden 630 passagiers meenemen. Twee 10-cylinder Schelde-Sulzermotoren, elk van 7.000 pk, gaven het schip een maximum snelheid van 18 1/2 mijl per uur. In elf tanks kon 2.300 ton dieselolie worden meegenomen.

Tot het einde van 1940 bleef het passagiersschip in Rotterdam voor de kant liggen. Daarna werd
het door de Kriegsmarine in beslag genomen met de bedoeling het als hospitaalschip te gaan gebruiken.
Voor herstelreparaties en verbouwing werd het naar de bouwwerf gesleept. Op 21 juli 1941
werd de Baloeran onder de naam Strassbourg in Duitse dienst gesteld. Als bemanning kwamen
150 personeelsleden van de Hamburg Amerika Lijn aan boord. De zorg voor de gewonden was in
handen van 160 man medisch personeel.
Spoedig na de indiensttreding voer het schip naar Duitsland en maakte daarna enige reizen met
gewonden over de Noord- en Oostzee. Het bleek echter dat de zeewaardigheid van de Strassbourg
door alle verbouwingen, ernstig was achteruitgegaan. Bovendien was er slecht mee te manoeuvreren.
Om dit te verbeteren ging het schip midden oktober 1941 terug naar de bouwwerf in Rotterdam.
Nadat de werkzaamheden voltooid waren voer het schip in augustus 1942 opnieuw naar de
Oostzee.

In het Nord-Ostsee-kanaal liep de Strassbourg een paar maal uit haar roer en ramde de
kanaalbeschoeiing. Op eigen kracht kon het schip de reis weer voortzetten en bleef vervolgens als
drijvend hospitaal tot december 1942 bij Gotenhafen op de rede liggen. Omdat de reparaties naar
de mening van de Kriegsmarine, niet goed waren uitgevoerd werd het schip weer naar Rotterdam
gestuurd. Opnieuw een aantal verbouwingen en in augustus 1943 kon de Strassbourg weer vertrekken.
Het schip verliet de Nieuwe Waterweg en zette daarna koers in noordelijke richting.

Op 1 september 1943, ‘s nachts om 00.45 uur, werd het schip terwijl het dwars van Camperduin voer
door een mijnexplosie onder de machinekamer getroffen. De machines vielen uit en direct drong er
veel water in de machinekamer en ruim 3. Bovendien maakte het schip ernstige slagzij, bij 40 graden
ging de bemanning van boord. Tot ieders verrassing nam die slagzij weer af en kwam het schip
na een paar uur weer recht te liggen.
Een deel van de bemanning ging weer aan boord en het schip werd door twee sleepboten op
sleeptouw genomen, richting IJmuiden. Door het binnendringende water kwam het schip steeds
dieper te liggen en 8,5 uur na de mijnexplosie zonk het schip in het zicht van de reddende haven.
Nadat het schip nogmaals schade had opgelopen bij een bombardement werd de genadeslag door
een torpedo in de nacht van 19 op 20 september 1943 toegediend.

Het eens zo trotse passagiersschip ligt nu in drie stukken op de zeebodem op 1,3 mijl ten noorden van IJmuiden op 52° 29’ 15” NB en 004° 32’ 04” OL. Op dit schip wordt veel gedoken. Het zicht is er veelal matig en gezien de zware blokken steen die op het wrak liggen een risicovolle duik. Als je geluk hebt kun je nog wat porselein met nazi opdruk vinden.

In het museum kunt u nog meer over de ms Baloeran te weten komen. Daar hangt o.a. een patrijspoort van de Baloeran.