Harde wind uit het zuidwesten met sneeuw-, hagel- en regenbuien; later draaiend naar het noordwesten en toenemend tot storm. met recht de donkere dagen voor Kerstmis. Het scheepvaartverkeer, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna geheel was stilgelegd, had in 1923 het vooroorlogse peil overtroffen. De grote havens van Amsterdam boden weer een levendige aanblik. De vaart op Amsterdam betekende ook bedrijvigheid tussen de pieren en in de sluizen van IJmuiden. Druk werk voor de loodsen, die de schepen van en naar Amsterdam brachten.

Ondanks het slechte weerbericht bleef de voor IJmuiden kruisende loodsboot nr. 3 op 19 december 1923 op haar post. De diensten werden pas gestaakt als het weer zo slecht was dat beloodsen niet meer mogelijk was. Het woord werkdruk was nog niet uitgevonden en de dienst staken wegens vermoeidheid van de loodsen was ondenkbaar.

Die woensdagavond om 19.00 uur voer de nr.3 de pieren van IJmuiden binnen om loodsen over te nemen van de sleepboot Titan die als tender dienst deed.

Tijdens het overnemen van de loodsen, dreef het stilliggende loodsvaartuig door de inmiddels opgestoken noordwesterstorm met haar achterschip tegen de aan de zuidzijde van het vaarwater liggende rode geleideboei nr.4. Tijdens het manoeuvreren om weer vrij te komen, raakte de schroef van de loodsboot verward in de ketting waarmee de boei verankerd lag.

De bemanning van de Titan probeerde te voorkomen dat het voorschip van de loodsboot op het strand terechtkwam. Het achterschip bleef door de ketting op haar plaats, het voorschip was
in de richting van het strand gedraaid.

De sleepboot kon de nr.3 enige tijd vrij van het strand houden, maar in een hevige bui brak de sleeptros en dreef de loodsboot snel naar het strand waar ze in de hevige branding met de boeg kwam vast te zitten. Door de zwaar verankerde ketting bleef het achterschip vrij van het strand. Onmiddellijk schoten de sleepboten Nestor, Simson, Hector en Zeeland te hulp. Bij wijze van voorzorg sleepte de Hector de IJmuider reddingsboot tot dicht bij het gestrande vaartuig.


Uit het verslag over deze berging: “Op verzoek van de plaatselijke commissie van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij nam de Hector de IJmuider reddingsboot mede, omdat de bemanning van de loodsboot door middel van signalen de wens tot uitzending van de reddingsboot te kennen had gegeven. Bij het gestrande schip aangekomen bleek de boot overbodig en werd deze door de Simson teruggebracht naar een der steigers bij de Oude Sluis.”

Vletterlieden probeerden vanaf de zeezijde een strandlijn van de sleepboten naar de loodsboot over te brengen. De hooggaande zee maakte het echter onmogelijk van die kant bij het schip te komen. Daarna werd vanaf de loodsboot een drijfanker overboord gegooid, dat door vletterlieden ver in de branding werd opgepikt. Via de lijn van het drijfanker kon de strandlijn naar het loodsvaartuig worden getrokken, waarna met veel moeite een zware sleeptros van de Nestor naar de nr.3 werd overgebracht.
Samen met de Hector en de Simson, die op de Nestor vaststonden. Doordat inmiddels de eb begon door te staan, had deze poging geen succes.

De volgende morgen maakten, voor het opkomen van de vloed, behalve de Titan ook de Nestor, de Simson, de Zeeland en de Hector hun sleeptrossen vast. Het weer was nog steeds slecht: storm uit het noordwesten met hevige hagel- en sneeuwbuien. Bij het wassen van het water deden de sleepboten opnieuw een poging het schip van het strand los te trekken. Hoewel de machinisten van de vijf sleepboten het uiterste uit hun machines haalden, kwam er geen beweging inde nr.3. Er werd met zoveel kracht getrokken, dat de zestienduims sleeptros van de Zeeland brak en het ankerspil, waaraan de trossen van de Hector en de Simson waren vastgemaakt, over de kop sloeg. Behalve de Hector, die met een intacte sleepverbinding voor anker bleef liggen, keerden de andere sleepboten, die hun sleeptrossen hadden verboeid, naar de ligplaatsen in de haven terug. De Zeeland moest door het breken van haar ankerspil, waarbij de ketting van het bakboordanker was uitgelopen, anker en ketting meeslepen tot de steigers, waar het hele spul met de hand werd opgedraaid.

Ook bij het avondhoogtij was er geen beweging in het schip te krijgen; het weer werd zelfs zo slecht dat alle sleepboten moesten losgooien. In de loop van de nacht raakte de storm eindelijk uitgeraasd en hoewel er vrijdagmorgen nog een harde wind stond was de zee veel rustiger geworden. Na eindeloos gemartel en met veel moeite slaagden de vletterlieden erin de ketting uit de schroef van de loodsboot te verwijderen.

Inmiddels was ook de sleepboot Drente uit het Nieuwediep vertrokken om assistentie te verlenen. Voordat deze echter was gearriveerd konden de IJmuider sleepboten de nr.3 vlot trekken. Met zware schade aan schroef, roer en schroefraam werd de loodsboot aan haar ligplaats bij de Kleine Sluis afgemeerd.
Op 24 december 1923 legden bemanningsleden van de sleepboten
een verklaring af over deze berging voor de kantonrechter in Haarlem.
Er moest een commissie van scheidslieden aan te pas komen om het hulploon te bepalen.

In het museum is in de loodsenzaal nog veel meer informatie over het Loodswezen en de Vletterlieden te zien.

Bronnen: bureauwijsmuller.nl, rechtdoorzee.nl, modelbouwtekeningen.nl, boek: Rond de pieren van IJmuiden door Ger van der Burg.