Hembrug

Na hun geslaagde landing in Normandië, op 6 juni 1944, trekken de geallieerde troepen in hoog tempo door Noord-Frankrijk. De 25ste augustus valt Parijs in handen van de tweede Franse pantserdivisie, op 3 en 4 september bevrijden de Britse strijdkrachten achtereenvolgens Brussel en Antwerpen. De Duitsers vluchten massaal naar het oosten en het lijkt een kwestie van dagen voor Engelse, Amerikaanse en Poolse troepen de Nederlandse grens bereiken. Het Duitse leger heeft bevel gekregen om de Hembrug te vernietigen zodra de geallieerden hun opmars vervolgen. Het Noordzeekanaal vormt daarmee een moeilijk te nemen hindernis en Noord-Holland zal vrijwel geïsoleerd raken. Bovendien krijgen de Duitsers zodoende meer tijd om zich via de Afsluitdijk terug te trekken naar de kop van Nederland.

Wanneer Remmert Aten in het vroege najaar van 1944 zijn haar laat knippen, wijst kapper Romeijn hem op een in zijn zaak hangende foto. “Die heeft er ook de langste tijd gestaan”, zegt hij. Hij doelt op de Hembrug, de grootste draaibare spoorbrug van Europa. Een cruciale verbinding tussen Zaandam en Amsterdam bovendien, en daarmee tussen Noord-Holland en de rest van Nederland. Het gerucht dat de stalen brug zal worden opgeblazen heeft in Zaandam al eerder de ronde gedaan en verschillende keren hebben omwonenden in paniek de Havenbuurt verlaten, hun bezittingen per handkar of fiets met zich meezeulend. Het is tot dan toe altijd vals alarm geweest. Romeijn weet zijn klant te vertellen dat een recente poging van de illegaliteit om springstoffen uit de middenpijler te verwijderen is mislukt. De kapper blijkt goed geïnformeerd.

Douwe Soepboer, hoofd van de naast de Hembrug gelegen Artillerie Inrichtingen, tipt begin september de Ordedienst dat enkele Duitse bewakers willen praten over het onklaar maken van de aangebrachte springstoflading, in ruil voor naoorlogse strafvermindering. Er wordt een ontmoeting geregeld in één van de nabij gelegen brugwachterswoningen. Op het afgesproken tijdstip melden zich daar drie zwaarbewapende Duitsers. Het lukt OD-commandant Nic van der Giessen en rechercheur Jan Thomassen om hen er van te overtuigen de 260 meter lange overspanning van het Noordzeekanaal te sparen. Ze worden bereid gevonden de lading en de naar de springstoffen lopende leiding onklaar te maken. De Zaanse illegaliteit zal na gedane zaken zorgen dat er een roeiboot klaarligt waarmee de militairen hun werkgebied kunnen verlaten en hen vervolgens laten onderduiken.

De overeenkomst houdt maar kort stand. Het Duitse Sprengkommando wordt elders ingezet en met hun plaatsvervangers valt geen afspraak te maken. Op 9 september vergadert de Gewestelijke Sabotage Afdeling (GSA) -een dan net opgericht samenwerkingsverband van OD, RVV en KP- over de vraag hoe de Hembrug te behouden. RVV-man Cees Standhardt krijgt de taak toebedeeld om de explosieven te laten verwijderen. De urgentie groeit met de dag. In het telegram dat geheim agent Dré Ausems drie dagen na deze bijeenkomst naar Londen stuurt klinkt dan ook vertwijfeling door: “Wij trachten Hembrug gesloten te houden. Hopen dit bericht niet te laat.” Het Amerikaanse Eerste leger is er inmiddels in geslaagd de Belgisch-Nederlandse grens over te steken. Om de opmars te stuiten blazen de Duitsers aan de rand van Maastricht drie bruggen op. In de navolgende dagen zullen er in het zuiden van Nederland nog vele volgen. De Raad van Verzet krijgt vanuit Londen de opdracht allerlei vitale objecten in met name Noord- en Zuid-Holland te beschermen. Het varieert van de haveninstallaties in Rotterdam en Amsterdam tot enkele vliegvelden en tal van oever- en spoorverbindingen.

Medio september weet Standhardt de RVV’ers Jan van Heijningen en Klaas Klinkenberg te strikken voor een riskante reddingsactie. Op 21 september 1944, even voor middernacht, laten de twee zich in het Noordzeekanaal zakken. Ze hebben zich ingevet; het water is koud. Langzaam zwemmen ze naar de middenpijler, er voor wakend dat de tientallen wachtposten op en rond de Hembrug hen zien. De omstandigheden zijn lang niet optimaal. Het is windstil. Elk geluid lijkt te worden versterkt. Bovendien is het water fosforescerend, waardoor goed zichtbaar blijft wat er zich in het kanaal afspeelt. Maar het ergste is dat de toegang tot de brug wordt versperd door talloze kabels die van de Noordzeekanaalbodem naar de pijleropening lopen. Ze hangen als een onwrikbaar, aaneengesloten gordijn voor de ingang van de koker. De mannen zijn ruim twee uur bezig met het verleggen van de dikke kabels en keren dan uitgeput terug naar de vaste wal. Het is ze niet gelukt de weg vrij te maken die naar de springstof leidt. Enkele bewakers langs de kant moeten de twee wegdragen, zo verstijfd en onderkoeld zijn ze. Een van hen belandt zelfs kort daarna als resultaat van zijn inspanningen in het ziekenhuis.

Nog dezelfde week meldt Remmert Aten zich bij Standhardt. Hij heeft een verrassing bij zich, situatietekeningen van de Hembrug. Zijn buurman, ingenieur G. van Buschbach, werkt bij de Nederlandse Spoorwegen en heeft ze opgevraagd bij zijn collega J. Kleine Staarman. Van Buschbach heeft hem ingelicht over het plan om de brug te ontdoen van de explosieven. “De heer Aten moest de tekeningen van de Hembrug hebben om te trachten daarachter te komen, doch deze lagen op kantoor”, vertelt de Amsterdamse hoofdbouwkundige. ’s Avonds, na werktijd, gaat Kleine Staarman terug naar zijn kantoor en ontvreemdt de plattegronden. Via Van Buschbach belanden ze bij Aten. Het moet toch mogelijk zijn om de brugpijler binnen te komen, wikken en wegen Standhardt en hij aan de hand van de tekeningen. Op papier waaieren de vuistdikke kabels een paar meter onder de waterspiegel uit en leggen ze de toegang bloot. Door de eerdere mislukking om de pijler leeg te halen, moet Aten zijn verbale capaciteiten tot het uiterste aanspreken om het GSA-commando te overtuigen van de ontruimingshaalbaarheid. Het lukt. De districtsleiding geeft toestemming voor een nieuwe duikactie.

Aten voelt er weinig voor om de springlading in zijn eentje te verwijderen. Hij vraagt zijn vriend August Sabel om raad. Sabel is actief in het Zaanse verzet en bestuurslid bij de Zaandamse zwem- en polovereniging Neptunus. Hij adviseert om een kennis in te schakelen, een 23-jarige kantoorbediende. Aten: “Sabel kende Jaap Boll, de doelman van het waterpolozevental van Neptunus. Toen ik meende dat het wel te doen was de springstoffen weg te halen, vroeg Sabel aan Jaap Boll of hij met mij mee wilde gaan.” Boll: “Ik was destijds doelverdediger en aanvoerder van het eerste zevental van Neptunus. Aten was daar ook lid en we kenden elkaar van gezicht, verder niet.” De volgende dagen trainen de twee in het zwembad en bestuderen ze de tekeningen van de Hembrug. De oeververbinding zelf en de wachtposten daarop worden bespied en er vindt regelmatig overleg plaats met de weifelende GSA-leiding. Boll beschrijft hun houding: “‘Veel te riskant, het stikt er van de Duitsers, er lopen 28 man rond’. Aten zei alleen maar: ‘Hoe meer hoe beter, want dan verwachten ze niet dat er toch iemand durft te komen’.”

Kort na de mislukte poging van hun voorgangers begeven Boll en Aten zich naar het Noordzeekanaal. Boll: “Hij was, hoewel hij toen al 48 was, een echte bikkel, had meerdere malen de Elfstedentocht gereden en was ook een heel goed zwemmer.” Aten heeft bovendien tot kort daarvoor bij ZVV gevoetbald en trekt nog regelmatig zijn baantjes in het zwembad. Boll: “Dan deed je met elkaar tikkie-de-man. Dat was ook lang en hard zwemmen en dan ging je soms ook een paar meter onder water.” Het duo wordt gesecondeerd door twee bewakers die de Duitse activiteiten op de Hembrug in de gaten moeten houden. Maar het komt niet tot een duikpoging. Commandant Gerrit Koeman acht de risico’s te groot. “De avond begon al zeer ongunstig, daar de moffen in de omgeving van ons uitgangspunt bezig waren verschillende objecten op te blazen. Om 8 uur ’s avonds werd de toestemming door het district ingetrokken, daar de onderneming te gevaarlijk was”, aldus een oorlogsverslag. Aten wil desondanks het water in. Volgens hem zijn de Duitsers zo geconcentreerd bezig met hun werkzaamheden dat ze geen oog zullen hebben voor beide zwemmers. Het leidt tot een confrontatie met Koeman, die zelfs dreigt om Aten neer te schieten als die zijn expeditie doorzet. “Men is toen zeer ontstemd huiswaarts gekeerd”, meldt de anonieme maker van het oorlogsverslag.

De tijd dringt meer dan ooit. Geallieerde troepen hebben eerder die week Arnhem en Nijmegen bereikt en het lijkt een kwestie van dagen voor ze naar Amsterdam optrekken. De kans is groot dat de Duitsers beginnen aan hun terugtocht naar het Noorden en daarbij alle achter hen liggende aanvoerwegen zullen saboteren, waaronder de Hembrug. Onder die dreiging gaat de GSA-leiding op 26 september akkoord met een tweede poging. Nog dezelfde dag stappen, vlak voor de avondklok ingaat, Aten en Boll binnen bij pontwachter Hein Prinsen. Zijn woning aan de Hemkade 40 is een perfecte uitvalsbasis voor de tweehonderd meter verder gelegen Hembrug. De weersomstandigheden zijn gunstig. De wind dempt de omgevingsgeluiden en het is bewolkt, maar niet aardedonker. Tegen 22.30 uur maken de zwemmers zich klaar. Ze trekken zwembroeken en zwarte truien aan en smeren hun gezichten, handen en benen in met een donkere kleurstof en een laag vaseline. Even voor middernacht bewegen Boll en Aten, gewapend met twee zaklantaarns en een haak om kabels uit elkaar te trekken, zich door het kanaal naar de middenpijler, daarbij een groen, fosforescerend spoor achter zich trekkend. Boll ziet het en fluistert Aten toe dat ze zo diep mogelijk moeten zwemmen. Met een westenwind in de rug glijden ze langzaam door het water. Verscholen onder een steiger, gewapend met stenguns, volgen Siem van Nugteren en Cees Standhardt de verrichtingen op de voet. De schrik slaat hen om het hart als er na een paar minuten op de brug een zoeklicht aangaat dat het wateroppervlak aftast. Het duurt maar even, dan wordt het weer donker.

Het laatste stuk zwemmen de twee Neptunus-leden zoveel mogelijk onder water. Bij de hoofdpijler gearriveerd halen ze diep adem en laten ze zich zakken, tastend langs de kabels. Op twee meter diepte voelen ze dat de weerstand verdwijnt. De opening is gevonden. Aten duikt als eerste naar binnen en weet via een ijzeren trap in de holle steunpilaar omhoog te klimmen, tot hij weer boven de waterlijn is. Dan klopt hij zacht op de wand, het teken voor Jaap Boll om dezelfde weg te volgen. Bij het zwakke licht van één zaklantaarn -de tweede is onderweg gesneuveld- ontdekken de zwemmers in de pijler ruim vierhonderd opgestapelde pakjes. Ze zijn gevuld met anderhalve ton van het uiterst explosieve Donarit. Aten geeft ze stuk voor stuk door aan de onder hem staande Boll, die de springstoffen door de opening naar buiten duwt. Boll: “Dat ging vlot. Totdat ik merkte dat de uitgang verstopt raakte. Die dozen bleven drijven. Een angstig moment, want de hele uitgang zat dicht.”

In een poging de dozen naar de bodem van het Noordzeekanaal te dwingen, scheurt Boll er eentje open. Het helpt niet. Hij haalt de staven Donarit eruit, maar ook die willen niet zinken. “Toen kwam ik op het idee om de dozen met mijn voeten onder water te houden en dat bleek te helpen. Ze zogen het water in zich op en zakten. Ik voel nog die belletjes langs mijn kuiten. Wat een opluchting!” Even staakt het werk. Een motorboot koerst rakelings langs de pijler. De mannen vragen zich af of ze te veel lawaai hebben gemaakt en betrapt zijn. Het is loos alarm. Het schip vaart door.

Het kost vijf uur hard werken om de vierhonderd pakketten weg te halen en in het water te laten glijden. Na het weghalen van de explosieven doen ze een poging om met een aantal lege dozen een muurtje op te bouwen. Bij een controle moet het lijken alsof de hele voorraad nog aanwezig is. De decorbouw mislukt. De dozen zijn nat geworden en zakken in elkaar. Boven de hoofden van het duo is er een wisseling van de wacht. Ze horen een van de soldaten vanaf de brug in het Noordzeekanaal urineren. Het gevaar van ontdekking blijft. Voorzichtig laten de vermoeide zwemmers zich in het Noordzeekanaal zakken. Het begint al te dagen. Daardoor is de kans dat ze gezien worden groter dan op de heenweg. “We moesten langzaam zwemmen”, zegt Aten. “Niet te krachtige slagen maken.” Zich gelijkmatig voortbewegend zoeken ze hun startpunt op.

Van Nugteren en Standhardt hebben de hoop op terugkeer van de zwemmers al bijna opgegeven, als bij het aanbreken van de dag de twee zwemmers alsnog onopgemerkt op de kant klimmen. Boll: “Ik denk dat de mensen in de brugwachterwoning meer in angst zaten dan wij.” Gevieren lopen ze terug. “Na afloop werden wij liefderijk opgenomen in het huisje van de pontwachterfamilie Prinsen”, zegt Jaap Boll. Daar wacht de zwemmers een warm bad. In het huis van het echtpaar Prinsen ontdekt Aten dat hij zijn pikhaak in de pijler heeft laten liggen. Hij vraagt zich angstig af of hij er ooit zijn naam op heeft genoteerd. Het opkomende daglicht verhindert dat hij nog een keer naar de brug kan zwemmen om de haak op te halen. Er zit niets anders op dan er het beste van te hopen.

In de vroege morgen kunnen de mannen, moe maar tevreden, terugkeren naar hun huizen. Lang genieten van het succes is er overigens niet bij. Nog dezelfde dag bemerkt een Duitse wachtpost drijvend pakpapier in het Noordzeekanaal. Hij slaat alarm. Een kort onderzoek maakt duidelijk dat alle springstof is verdwenen, al blijft het de Duitsers een raadsel hoe dat is bewerkstelligd. Als represaille worden vier soldaten gefusilleerd. Hen wordt ten laste gelegd niet goed te hebben opgelet. Er komt extra bewaking op de brug en de middenpijler krijgt een nieuwe voorraad springstoffen.

Het zit Aten dwars dat de Hembrug opnieuw is ondermijnd. Hij is van mening dat het mogelijk moet zijn om het contactblok, nodig om de Donarit tot ontploffing te brengen, ongezien weg te halen. In de nacht van 18 oktober laat de houthandelaar zich opnieuw in het Noordzeekanaal zakken om vooronderzoek te doen. Standhardt fungeert daarbij als rugdekking. Om de bewakers boven hem te misleiden heeft Aten een opgezette meeuw op zijn hoofd bevestigd. Een aan de vogel bevestigd slangetje dat naar zijn mond loopt maakt dat hij onder water zwemmend kan blijven ademen. Ongezien belandt hij voor de tweede keer bij de immense brug. Daar constateert hij dat de middenpijler in de voorgaande dagen is afgezet met zware houten schotten. Er is geen doorkomen aan. Teleurgesteld keert hij terug. Van een poging om het contactblok te verwijderen, komt het daarna niet meer.

Dat de Duitsers de Hembrug uiteindelijk toch niet opblazen heeft te maken met het vastlopen van het geallieerde front bij Arnhem. Vraag blijft overigens of ze er anders wel in zouden zijn geslaagd om de spoorbrug te vernietigen. Na de eerdere, mislukte sabotagepogingen zoekt de Zaandamse onderwijzer Jan van der Hoef op verzoek van de illegaliteit contact met Lies Schouten. Zij woont bij haar ouders aan de Hemkade. De familie Schouten kent een Duitse wachtpost, Hans Anferrer, die -wetende dat de oorlog ten einde loopt- bereid is om het verzet een handje te helpen. Schouten: “Ik bracht mijn vader wel eens brood naar de pont en op een keer zei ik tegen die Hans: ‘Je kunt ook een boterham krijgen, als je me helpt’. Ik wou de brug op om iets aan die springleidingen te doen. Dat hadden mensen van de illegaliteit me gevraagd. Ze zeiden: ‘Als je met een injectiespuit water in die leidingen spuit, dan ontstaat er kortsluiting op het moment dat ze leidingen onder stroom zetten’.” Aldus geschiedt. Anferrer helpt haar de spoorbrug op. Daar laat ze zich langs de middenpijler zakken en opent het luik waarachter de springstoffen en kabels liggen. Ze duwt een injectiespuit in een flesje water dat ze om haar nek heeft hangen en injecteert het opgezogen vocht vervolgens in de leidingen. Schouten, twintig jaar later: “Ik heb dat toen gedaan, maar eigenlijk heb ik er nooit echt voldoening van gehad. Ik had graag resultaat gezien, zo van: nou willen ze de brug in de lucht laten vliegen en nu kan dat niet door het water dat ik er in gespoten heb.”

Na de oorlog werd bekend dat de Hembrug en zijn omgeving door 28 Duitsers werd bewaakt en dat 4 van hen wegens plichtsverzaking waren gefusilleerd. Na de oorlog werd Remmert Aten persoonlijk door koningin Juliana onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Remmert geboren in 1886 overleed in augustus 1984 te Zaandam.

Jaap Boll werd in maart 1952 onderscheiden met het Kruis van Verdienste door koningin Juliana, dit omdat hij het belang van het Koninkrijk had gediend als lid van een illegale organisatie. Deze onderscheiding werd hem op 11 juni 1952 te Laos overhandigd door de Consul J.H.G. Hanson. Prinsen, Cees Stanhardt en Siem van Nugteren zijn allen op zeer hoge leeftijd overleden.

De Hembrug heeft nog tot 1983 over het Noordzeekanaal gelegen, toen is hij gesloopt en sinds dien vinden de treinen hun weg door de Hemspoortunnel en kunnen de schepen ongehinderd langs varen.

De aloude Pampus hit in een nieuw jasje. Dit gedicht werd als poster door de hele Zaanstreek verspreid als protest tegen de sloop van de grootste draaibrug van Europa. Project Aalscholver is bedoeld als hommage aan de teksten van schipper-dichter Dirk Versteeg. In 1984 werd “Hembrug” voor het eerst live gespeeld door de Zaanse band Pampus. In 2016 opnieuw opgenomen door Klaas Versteeg en hier samen gezongen met Gerrit de Vries.

Bronnen: meitotmei.nl, artillerieinrichtingenhembrug.wordpress.com, wikipedia.org, hembrug youtube, beeldbank.zaanschemolen.nl, bibliotheek Zee- en Havenmuseum