De Gemeentelijke Visscherijschool heeft in de loop der jaren veel bijgedragen tot de ontwikkeling en de vorming van de zeevissers. Gedurende haar bestaan heeft deze onderwijsinstelling de voor het visserijbedrijf onontbeerlijke schippers, stuurlieden en machinisten opgeleid.

Hoe het is begonnen? Op 8 maart 1905 kwamen de heren J. R. Wüste en M. J. Schuitenmaker tot de conclusie, dat er in IJmuiden “iet of wat aan de scholing van de knapen gedaan diende te worden, wilde de visscherij zich altoos kunnen beroepen op versch en nieuw bloed voor hare vloot”.

In visserijkringen was men enthousiast over dit plan. In overleg met de heren J. Planteijdt, R. de Kroes, G. P. J. Vuerhard, John. van Dijk en vele anderen werd op 26 juli 1905 de “Vereeniging Visscherijschool IJmuiden” opgericht. De vereniging kreeg van het gemeentebestuur de beschikking over een lokaal van school B aan de Oranjestraat (school B was een noodschool; school A aan de Breesaapstraat was namelijk zo goed als geheel afgebrand).

De eerste directeur-leraar was de stuurman P. A. de Lange, die van zes tot acht uur ‘s avonds les gaf aan veertien leerlingen. Omdat deze leerlingen verplicht waren een schooluniform te dragen (blauwe jekker en dito broek, trui en muts) en vele ouders de aanschafkosten van deze kledingstukken niet konden betalen, werd het schrale budget van de vereniging zwaar belast. Hoewel de vereniging zich in de eerste jaren van haar bestaan mocht verheugen in een financiële bijdrage van de reders, na het overlijden van de heer J. Planteijdt en de ineenstorting van de door hem beheerde “Visscherijmaatscbappij de Zeven Provinciën”, taande de belangstelling en elke bijdrage bleef achterwege. Toen ook het gemeentebestuur van Velsen, gezien het geringe aantal leerlingen dat de visserijschool bezocht, de subsidie van f 1600,- op f 1000,- bracht, moest de vereniging noodgedwongen worden opgeheven. Het bestuur adviseerde haar leden tot liquidatie van de vereniging over te gaan. Half oktober 1911 werden de lessen gestaakt.

Dat ging niet alleen het gemeentebestuur te ver, maar ook de minister werd ongerust, zodat deze met het voorstel kwam de school van de vereniging over te nemen. In een raadsvergadering werden daarover vele vragen gesteld en suggesties aan de hand gedaan, waarop het gemeentebestuur gunstig reageerde. Ook de minister zette er spoed achter, zodat op 28 november 1911 de gemeenteraad, op voordracht van Burgemeester en Wethouders, besloot het werk van de vereniging over te nemen en een Gemeentelijke visserijschool op te richten. Op 16 januari 1912 werd de Gemeentelijke Visscherijschool officieel geopend. Op deze gedenkwaardige dag waren er bij uitzondering twaalf leerlingen aanwezig, zodat de nieuw benoemde praktijkleraar, in tegenwoordigheid van het gemeentebestuur en vele genodigden, met de lessen kon aanvangen.
Als grappige bijzonderheid kan nog worden vermeld, dat de prak­tijkleraar P. A. de Lange werd opgevolgd door de schipper-leraar H. de Korte, die al spoedig een enorme populariteit verwierf.

Ook nu ging het met de visserijschool niet naar wens. Het verloop onder de leerlingen was schrikbarend, vooral in de zomermaanden. Als de kustvissers veel scharren aanvoerden dan was er volop werk in de visdrogerijen. Voor f l,50 per week gingen de IJmuidense jongens liever scharren snijden bij ome Teun Tol, Engel Prins, Kees Broek of bij Den Dulk, dan de lessen te volgen.

De eerste directeur was de luitenant ter zee 2de klasse G. Duyckinck Sander, die na een studiereis langs enkele Engelse visserijhavens op 31 augustus 1912 in functie trad. Toen de noodschool aan de Oranjestraat moest worden afgebroken, werden de lessen voortgezet in de z.g. ,,Klapschool” aan de President Krugerstraat. De twee beschikbaar gestelde lokalen bleken echter niet geschikt te zijn voor de praktische lessen. In overleg met het gemeentebestuur besloot men een nieuwe visserijschool te bouwen. Na de ambtelijke voorbereidingen bouwde men een school in het duin, vanwaar men een riant uitzicht had over de Vissershaven.

Begin september 1916 verhuisde men naar het gebouw op de hoek Kompasstraat-Havenkade. Op vijf september kwam een deftig gezelschap bijeen voor de officiële opening. Bij deze gelegenheid overhandigde John van Dijk namens de Algemene Visserijmaatschappij aan de directeur van de school een model van een stoomtrawler op een vijftigste van de ware grootte.

Het grote probleem voor de leerkrachten was het leerlingenvraagstuk. Van de dagschoolleerlingen was meestal de helft afwezig. Het optimisme, dat men ten aanzien van het schoolbezoek had gekoesterd, veranderde in pessimisme.

De commissie van toezicht moest al spoedig vaststellen, dat in rederskringen de school maar matig werd gewaardeerd. Er bestonden voor de leidende functies aan boord van de stoomtrawlers wel diploma’s, maar deze werden niet verplicht gesteld. Zo kon het voorkomen dat zeevissers, die een diploma voor schipper, stuurman of machinist hadden behaald, op de trawlers aanmonsterden als kok, matroos of stoker, terwijl ongediplomeerden aan boord de leiding hadden. Een reder drukte het nogal kernachtig uit door op te merken: “Wij moeten visruikers hebben, geen diploma’s”. Onder deze omstandigheden was het begrijpelijk, dat de animo om het een of andere diploma te behalen niet erg groot was.

Op 1 september 1927 werd de koopvaardij-officier P. J. Verwaijen aangesteld als leraar. Deze had zijn opleiding gehad op Amerikaanse zeilschepen en bij de zeesleepvaart en daar ging het niet bepaald zachtzinnig toe. Daarna in zijn functie van stuurman bij de koopvaardij had hij dienst gedaan op lijndiensten en vrachtschepen van de “wilde vaart”. Hij, die tijdens zijn opleiding voor moeilijke problemen was geplaatst, bleek uitermate geschikt te zijn om de wat wilde jeugd van IJmuiden in toom te houden.

In 1932 werd de heer G. Duyckinck Sander als directeur op wachtgeld gesteld en de leraar P. J. Verwaijen volgde hem op. Officieel werd deze op 1 september 1934 als directeur aangesteld. Na enkele jaren werd deze populaire directeur vereenzelvigd met de school. Wie de visserijschool noemde, bedoelde de heer Verwaijen. Zijn staf bestond destijds uit de leraren De Korte, Plu, Lavooij, Waagmeester, Van Dalen, Vrouwens en de onvolprezen dr. Rutten, die honderden leerlingen de eerste beginselen van de E.H.B.O. heeft bijgebracht.

De nieuwe directeur had – zoals men het in IJmuiden uitdrukte – het zeetje mee. De grote werkloosheid onder de zeevissers had tot gevolg dat de school overbezet was. Ook tijdens de grote staking van 1933 bezochten tientallen stakers de visserijschool. Veel jonge zeevissers (ook oudere) slaagden er in gedurende de lange staking het fel begeerde diploma voor schipper, stuurman of machinist te behalen.

Over de periode 1940-1945 kan de schrijver kort zijn. De antipathie van de leraren en van het overgrote deel van de leerlingen tegen de bezettende macht mocht niet te demonstratief zijn. De cursus radio­telefonie viel als eerste onder de verboden. De leszender werd onbruik baar gemaakt en de ontvanger werd gedemonteerd. Men slaagde er echter in uit de oude onderdelen een prima ontvanger te bouwen verspreid over de gehele school. In de benedenlokalen stond een deel van het toestel opgesteld en op de bovenverdieping stonden de luidsprekers, zodat leraren en leerlingen ongestoord naar de Engelse zender konden luisteren.

In 1942 werd de heer Verwaijen gearresteerd en met vele anderen weggevoerd. Enkele dagen daarna werd de school door de Duitsers gevorderd. De leraren en leerlingen werden ondergebracht in een lagere school te Velsen-noord.

In september 1945 kreeg de gemeente Velsen weer de beschikking over de school, die overigens in een zeer desolate toestand verkeerde. Door het grote aantal leerlingen moest de school worden uitgebreid, wat dank zij de medewerking van het gemeentebestuur en het Ministerie van Onderwijs binnen enkele jaren zijn beslag kreeg.

Op 1 september 1963 werd de heer Verwaijen op 67-jarige leeftijd gepensioneerd. De belangstelling bij zijn afscheid was overweldigend. De waardering voor zijn werk kwam tot uitdrukking in de vorm van toespraken, brieven en telegrammen en geschenken. Een reünie van oud-leerlingen, die de geliefde directeur bij zijn afscheid een cadeau kwamen aanbieden, getuigde van waardering voor deze uitzonderlijke man.

Daarna kwam de School voor Visserij en Scheepvaart” (de naam van de school was inmiddels gewijzigd) onder de bekwame leiding van de heer J. van der Winden, die als oud-gezagvoerder van de K.P.M. zijn sporen had verdiend. De oude garde van leraren werd vervangen door jongere leerkrachten.
In 1988 verhuisde de school naar een nieuw gebouw aan het Sluisplein. De dagschool werd uitgebreid met een internaat en de naam is veranderd in: Maritiem Instituut IJmuiden.

Het museum is gevestigd in het gebouw uit 1916 van de Visserijschool.

Bron: Boek Bles voor de Kop van C. van Es, YouTube Ed van Steenkiste, Bibliotheek Zee- en Havenmuseum