Willem Bontekoe

Op zee vergaan niet alleen schepen maar ook vliegtuigen. Ook voor een vliegtuig in zee worden alle hulpdiensten en schepen ingezet die beschikbaar zijn, zoals in dit verhaal over de Willem Bontekoe.

De PH-DFO, op 22 augustus 1954 vertrokken uit New York voor lijnvlucht KL 608 naar Amsterdam, vertrekt op 23 augustus na een tussenlanding om 09.29 u. (GMT) van Shannon (Ierland) voor het laatste traject naar Schiphol.

Aan boord bevinden zich, behalve de 9 bemanningsleden, slechts 12 passagiers. Het is slecht weer. Er is laaghangende bewolking en er zijn forse regenbuien die het zicht belemmeren. Om 11.22 u. meldt gezagvoerder Harman aan de verkeersleiding dat hij het Nederlandse luchtruim binnenvliegt. Drie minuten later, (11.25 u.) rapporteert hij dat hij de kruishoogte van 12.000 ft gaat verlaten en zal beginnen aan de dalingsprocedure richting baken Spijkerboor (ten noorden van Amsterdam), waar hij om 11.37 u. verwacht aan te komen. Vandaar zal met een rechterbocht aangevlogen worden naar landingsbaan 05-23. De Bontekoe krijgt daarop toestemming te dalen naar 5500 voet, vervolgens naar 4500, en daarna naar 3500 voet. Deze laatste boodschap wordt door de bemanning bevestigd om 11.31 u. Dit is het laatste radiocontact met het vliegtuig.

Om 11.35 u. geeft Schiphol fiat om verder te dalen naar 2500 ft. Op dit bericht komt geen antwoord. De verkeersleider herhaalt zijn oproep: “Delta Foxtrot Oscar (DFO) dit is Schiphol Control. U hebt toestemming om tot 2500 ft te dalen, Bevestig ontvangst van dit bericht”.
De herhaalde oproepen worden niet beantwoord. Om 12.15 u. wordt via Scheveningen Radio alarm geslagen naar alle schepen op de Noordzee. Twee reddingsboten rukken uit naar de plek waar de Bontekoe zijn laatste positie had doorgegeven. Marineschepen en helikopters volgen.

Een intensieve zoektocht naar het vliegtuig, in zeer slecht weer, resulteert om 15.55 u. in het definitieve bericht dat de Bontekoe in zee is verdwenen. De kotter IJM5 ‘Texel’ vindt op dat tijdstip op een locatie 8 mijl uit de kust, tussen Egmond en Bergen, wrakstukken, papieren en boeken. De loodsboot ‘Bellatrix’ vindt later witte hoofdkussens met de letters KLM. Van alle kanten rukken hulpdiensten uit.

De volgende dag worden ook lichaamdelen gevonden en ter identificatie gezonden naar het ziekenhuis in IJmuiden. Een aantal kotters zoekt met sleepnetten het gebied af waar men vermoedt dat het wrak is neergekomen. Door de sterke stroming zijn de wrakstukken echter over een groot gebied verspreid. De Noordzee is ter plaatse tussen 10 en 30 meter diep. Op 31 augustus worden nog enkele stoffelijke resten en een motor gevonden. De grootscheepse zoekoperatie met vele schepen, duikers en Asdic apparatuur gaat nog maanden door en stopt pas op 25 november. Men heeft dan van de 21 slachtoffers slechts de stoffelijke resten van 3e piloot Meyers en het vijfjarige jongetje Richard Yarrow, en ongeveer de helft van het vliegtuigwrak (in de vorm van duizenden fragmenten) geborgen.

Uit de vindplaats van de resten heeft men inmiddels als waarschijnlijke locatie waar de Bontekoe in zee is gestort de positie 52°40′ N.B. 4°20′ O.L. (iets ten Noorden van Egmond) afgeleid.

Overal duiken verhalen op van mensen die de Bontekoe heel laag boven het Noordhollandse land hebben zien vliegen, en daarbij vreemde “capriolen” zagen uithalen. Andere getuigen verklaren dat zij de DC-6B laag boven het strand bij Egmond hebben zien vliegen, maar dan wel in de richting van de zee, dus in tegengestelde richting (!). Bovendien hebben sommige getuigen daarna, boven zee een luide knal gehoord. Dat zou op een explosie kunnen duiden. Kortom: de Bontekoe heeft volgens deze getuigen, onverklaarbare manoeuvres boven land uitgehaald en is daarna richting zee weer verdwenen.

In oktober 2006 bericht de heer A.N. van den Berg aan Aviacrash, dat hij destijds als achttienjarige marineman met de voormalige walvisjager Hr.Ms. Paets van Troostwijck wekenlang vanuit IJmuiden met (toen experimentele) detectieapparatuur de zeebodem afzocht naar wrakstukken, die vervolgens werden gemarkeerd en door duikers geborgen. Bij dit werk werden o.a. huidbeplating, motoren, stoelen en dameskleding geborgen.

Het (voor)onderzoek naar de oorzaak van het ongeval door de Raad voor de Luchtvaart levert geen enkele aanwijzing op die de crash kan verklaren. Er is geen verklaring voor het uiterst merkwaardige zwalken van de Bontekoe. Deze heeft tenminste 28 minuten boven Noordholland gezworven op hoogten tussen 100 en 1200 voet, dus veel lager dan de laatste bevestigde hoogte van 3500 voet. Ook kan geen enkel technisch mankement worden afgeleid.
Uit de minutieuze reconstructie met behulp van de (duizenden!) gevonden restanten van het wrak blijkt wel, dat op het moment dat de Bontekoe in zee stortte, het vliegtuig volledig intact is geweest, met de motoren 2,3 en 4 op dat moment draaiend en motor 1 “waarschijnlijk” in werking. De Bontekoe heeft het water geraakt met de neus licht omlaag, en licht naar rechts overhellend.

Het eindrapport van het vooronderzoek vermeldt dat de ware oorzaak niet aan het licht gebracht kon worden. En daarmee is de zaak gesloten. Omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat een onderzoek door de Raad voor de Luchtvaart in een publieke zitting meer licht in de zaak zal brengen, wordt op 5 december 1955 besloten ‘that the Aeronautical Council will not institute a further investigation of the aforementiond accident’.

Er wordt dus geen vervolgonderzoek ingesteld.
Een van de onderzoekers, een ingenieur van de Rijksluchtvaartdienst, houdt echter een onbevredigend gevoel en gaat privé door met het onderzoek en het horen van getuigen. Dit leidt uiteindelijk tot de (aannemelijke) theorie, dat het onverklaarbare zwalken van de Bontekoe kan zijn veroorzaakt door een defecte benzinekachel. Het inademen van benzinedampen leidt tot bedwelming. Dit zou verklaren dat de crew gepoogd heeft een cockpitraam te openen. En vanwege het brandgevaar zouden electrische contacten zijn afgesloten, hetgeen de plotselinge radiostilte zou verklaren.

Als andere mogelijke oorzaken worden genoemd: oververhitting van de elektrische bedrading met zware rookontwikkeling, een explosie in een van de drukflessen, een kapotte cockpitruit of een defect van de automatische piloot.

Hoe het zij, de echte oorzaak zal nooit meer worden achterhaald, en de ramp met de Bontekoe blijft een van de meest raadselachtige incidenten uit de geschiedenis van de KLM.

Tijdens de zoektocht naar de Willem Bontekoe, heeft men per ongeluk het wrak van de Catharina Duyvis YM-60 gevonden. Dat verhaal kunt u hier lezen.

Bronnen: aviacrash.nl, drimble.nl