'Gelukzoekers' vaste tentoonstelling

Gelukzoekers?! Voor de aanleg van het Noordzeekanaal (1876) moesten de duinen over een lengte van 6 km worden doorgraven. Dit is door duizenden arbeiders die van heinde en ver kwamen, met de schop gedaan.

Dat het grondwerk bij de aanleg van het Noordzeekanaal was uitbesteed aan een Nederlandse aannemer en het ingenieurswerk aan een Engelse aannemer, is algemeen bekend. Maar hoeveel kanaalgravers of polderjongens, zoals ze ook werden genoemd, waren er nu eigenlijk aan het werk? In sommige geschriften wordt gesproken over duizenden, andere noemen het aantal van honderden. Wat is er van hen geworden toen het kanaal klaar was? Kwamen zij alleen naar Velsen om te werken of hebben zij hun geluk hier gevonden?
De afdeling genealogie van de Historische Kring Velsen heeft dit uitgezocht. Zij hebben tot nu toe circa 300 namen van kanaalgravers of polderjongens kunnen achterhalen. Helaas is er niet veel in de archieven terug te vinden over de kanaalgravers en de weinige foto’s uit die tijd zijn voornamelijk over de nieuwe technieken die bij de aanleg van het Noordzeekanaal, pieren en sluizen werden toegepast. Toch bleek er genoeg materiaal om in het IJmuider Zee- en Havenmuseum in aanvulling op de tentoonstelling ‘Holland op z’n smalst’ aandacht te besteden aan de mensen die letterlijk aan de basis van het kanaal stonden. Door middel van het verhaal rondom enkele van deze kanaalgravers hoopt het museumbezoekers een inkijkje te geven in het leven en werken van deze arbeiders.